Tijd om naar de maan te reiken – WECF’s input in SDG verslag maatschappelijk middenveld

Sinds 2015 wordt overal ter wereld gewerkt om de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te realiseren. Ook WECF draagt haar steentje bij. En hoewel we er nog lang niet zijn, is er ook al veel om trots op te zijn. Van de 17 doelstellingen zien we, op globaal niveau, dat er bij 14 vooruitgang is geboekt in de laatste vijf jaar. Helaas is er ook een negatieve verandering te zien bij SDG 5 met betrekking tot gendergelijkheid. Om de doelen te behalen is het voor de komende tien jaar noodzakelijk dat de EU zich niet verbergt achter gemiddeldes, maar kritisch kijkt naar de resultaten en de rol die ongelijkheid speelt. Want wat we nodig hebben is een systeemverandering waar gelijkheid en duurzaamheid prioriteit hebben.  In het Europese SDG-rapport “Tijd om naar de maan te reiken”  lichten we, via onze projecten en met persoonlijke verhalen,  een aantal SDG’s uit, om zo te reflecteren waar we nu staan en hoe we verder kunnen gaan.

SDG 2: Een einde maken aan honger, voedselzekerheid en verbeterde voeding bereiken en duurzame landbouw bevorderen

Sinds 2005 is het aantal boerenbedrijven in de Europese Unie van 15 miljoen, teruggegaan naar 10,5 miljoen in 2016. Dit is een van de tekenen van de intensivering van de landbouw, wat daarnaast ook bijdraagt aan een grote afname in dieren, insecten en planten. Hoewel honger niet een van de grote problemen binnen de EU is, is verspilling dat wel, maar liefst 20% van al ons voedsel wordt weggegooid. Er is nog veel te winnen in de boerensector en ondanks dat door de EER de milieuschade van de vlees- en zuivelindustrie aangetoond is, is er hier nog geen EU-wetgeving op aangepast.

Boeren en samenleving hebben elkaar nodig. Het is daarom van groot belang dat we ons niet tegen de boeren keren. Uiteindelijk willen we allemaal een gezonde voedselketen waar de boeren een eerlijke prijs krijgen.  Het is belangrijk boeren te ondersteunen om duurzamer te kunnen werken. We spraken met boerin Heleen Lansink-Marissen over de rol van boerinnen in de landbouwsector. Vrouwen staan middenin de samenleving en in het boerenleven.

SDG 3: Voor een eerlijke toegang tot gezondheidszorg voor iedereen en voor een gifvrije omgeving

Valérie Pasquier is verpleegkundige in Frankrijk waar, net als overal ter wereld, COVID-19 de gebreken van onze gezondheidszorg heeft laten zien. Ziekenhuizen worden niet langer beschouwd als een publieke dienst, maar een onderneming die winst moet maken. De waardering van deze door vrouwen gedomineerde sector moet omhoog. Rond 90% van de verpleegkundigen en zorgwerknemers is vrouw en er is een groot tekort aan genoeg werknemers. Dit is niet verbazingwekkend vanwege het slechte salaris voor verpleegkundigen. Valérie voegt toe: “We doen ons werk met liefde en vanuit een roeping, maar dat betekent niet dat de overheid ons maar voor lief kan nemen.”

Ook is er sprake van ongelijkheid wat betreft wie er toegang heeft tot de zorg. Op het platteland hebben mensen te maken met lange wachtlijsten, hoge kosten voor geneesmiddelen en onderbezetting van medisch personeel. Daarnaast worden mensen met een lager inkomen onevenredig vaak blootgesteld aan hoge niveaus van onder andere luchtverontreiniging en schadelijke stoffen. Ook luchtverontreiniging is een groot risico voor de volksgezondheid.

We willen een gifvrij leven, maar twee derde van alle in Europa geproduceerde stoffen zijn gevaarlijk voor onze gezondheid en deze stoffen komen terecht in allerlei alledaagse producten van cosmetica tot ons voedsel. WECF ontwikkelde daarom in Frankrijk train de trainer-modules voor kraamklinieken over de gezondheidseffecten van milieuvervuiling. Inmiddels bestaat er een landelijk netwerk van 200 trainers, die workshops geven in ongeveer 60 instellingen, meestal kraamklinieken.  Campagnes die uit dit project voortgekomen zijn, gericht op de gezondheid van zwangere vrouwen en kinderen, roepen op tot het verwijderen van schadelijke stoffen uit consumentenproducten.

SDG 7: Betaalbare en schone energie

Europa heeft de doelstelling behaald om in 2020 20% van de gebruikte energie afkomstig te laten zijn uit hernieuwbare bronnen. Dit is echter nog geen reden tot een feestje, want EEB en CAN Europe hebben aangetoond dat het haalbaar is om in 2040 volledig koolstofneutraal te leven en om dat doel te behalen moet er nog veel gebeuren. Het is daarom noodzakelijk dat de doelen van de EU aangescherpt worden, zodat we zo snel mogelijk minder uitstoten en de schade door milieuverandering kunnen beperken. De energiesector kan dit echter niet alleen en het zal ook noodzakelijk zijn om ons energiegebruik te verminderen.

In de energietransitie is het van belang dat we met natuur en lokale bevolkingen werken en niet tegen, zodat we een werkelijk inclusief systeem kunnen opzetten. Catherine Bohne uit Albanië had in haar gemeenschap te maken met de bouw van 14 kleine waterkrachtcentrales. Hiervan werd de lokale bevolking niet geraadpleegd of geïnformeerd over de plannen van deze particuliere investeringen, die invloed zouden hebben op hun leefomgeving. Daarnaast werd in het rapport van de centrale ook geen aandacht besteedt aan of deze centrales daadwerkelijk duurzaam zouden zijn. Albanië is voor 99% afhankelijk van waterkracht en ondanks dat de centrales geen problemen hebben met het opwekken van energie is het wel een seizoensgebonden methode. Van de bevolking wordt vervolgens verwacht dat zij betalen voor vervanging en achterstaande schulden, zelfs als ze al 17 jaar zonder energie zitten. Het is van belang dat de EU een rechtvaardige duurzame transitie leidt, waarin de 100% hernieuwbare energie schoon en betaalbaar is.

De burgercoöperatie GOIENER in Spanje kan hier ons meer over leren. Want om 100% hernieuwbare energie voor iedereen een werkelijkheid te maken, hebben we capaciteit nodig voor gedecentraliseerde en inclusieve energie. Door middel van collectieve financiering zijn ze sneller in staat duurzame en betaalbare energie te leveren. Daarnaast vergroten ze bewustwording over klimaatverandering en creëren ze werkgelegenheid. Hun structuur versterkt sociaal en economische achtergestelde groepen, met daarnaast een focus op de rol van vrouwen omdat zij in de energiesector nog altijd ondervertegenwoordigd zijn. De coöperatie is opgericht in 2012 en is een succesvolle energieleverancier geworden zonder winstoogmerk met een omzet van 8,9 miljoen euro.

Wij geloven dat een duurzame, gelijkwaardige en inclusieve samenleving haalbaar is en zullen ons dan ook blijven inzetten om dit te bereiken. Er is nog veel werk te doen en een kritische houding is noodzakelijk, maar er is zeker ook reden om hoopvol te zijn. Vele succesvolle voorbeelden laten ons zien dat dit geen eenzaam gevecht is en laten zien dat onze wensen realiteit kunnen zijn, al is het maar voor even.

Het volledige rapport (in het Engels) is hier te vinden als download (PDF)