München / Genève, 15 augustus 2025
Vandaag zijn in Genève de onderhandelingen over een wereldwijd verdrag om een einde te maken aan plasticvervuiling zonder resultaat beëindigd.
De vijfde zitting van het Intergouvernementeel Onderhandelingscomité (INC-5.2) voor het opstellen van het verdrag eindigde na een chaotisch proces dat een dag langer duurde dan gepland: vroeg in de ochtend liepen de gesprekken vast. Het doel van de bijeenkomst was om een definitieve tekst van het verdrag goed te keuren. Maar de lidstaten verwierpen beide conceptteksten die door het voorzitterschap voorgelegd werden. Hierdoor zou het proces nu terugvallen op de tekst die het voorzitterschap al in december 2024 had ingediend bij de afsluiting van de onderhandelingen in Busan. Gezien deze impasse roept het maatschappelijk middenveld , waaronder ook WECF, de staatshoofden en regeringsleiders wereldwijd op om vastberaden te blijven streven naar een krachtige, juridisch bindende overeenkomst die de productie van plastic aanzienlijk vermindert en de menselijke gezondheid, de mensenrechten en het milieu effectief beschermt.
Zelfs als de, op het laatste moment ingediende, conceptteksten waren aangenomen, zou dat een duidelijke stap achteruit hebben betekend. Beide teksten waren bijna uitsluitend gebaseerd op vrijwillige maatregelen die geen recht deden aan de omvang van de plasticcrisis en grotendeels de belangen van de olieproducerende landen en de petrochemische industrie dienden. De lidstaten hadden de afgelopen twaalf dagen tientallen tekstvoorstellen ingediend die door een brede meerderheid werden gesteund. In plaats van deze voorstellen in mee te nemen, greep het voorzitterschap terug op de concepttekst die het kleinste gemene deler dienden – en daarmee vooral de olieproducerende landen en de vertegenwoordigers van de industrie tevreden stelden, die de onderhandelingen sterk hebben beïnvloed.
Lobbyisten uit de fossiele brandstof- en chemische industrie
Uit een analyse van het Center for International Environmental Law (CIEL) bleek dat er bij INC-5.2 een recordaantal van 234 geregistreerde lobbyisten uit de fossiele brandstof- en chemische industrie aanwezig was. Deze schattingen zijn waarschijnlijk conservatief, aangezien alleen lobbyisten werden geteld die hun banden openlijk bekendmaken.
Tijdens de besprekingen kwam een duidelijke verdeeldheid naar voren: aan de ene kant de plasticproducenten, voornamelijk olieproducerende landen en enkele industrielanden, en aan de andere kant de plasticgebruikers, waaronder de Europese Unie, Zwitserland, Canada en de overgrote meerderheid van de landen in het Zuiden.
Ook op andere belangrijke punten bleef INC-5.2 achter bij de verwachtingen. Zo werd er geen overeenstemming bereikt over de locatie van de diplomatieke conferentie waar het verdrag ter ondertekening zal worden voorgelegd, noch over de zetel van het toekomstige secretariaat, en evenmin over een werkplan voor de periode tussen het einde van de INC en de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen (COP).
Beperkte deelname van het maatschappelijk middenveld
Ondanks herhaaldelijk beperkte toegang tot de onderhandelingen en een gebrek aan ruimte voor interventies tijdens het hele proces, hebben inheemse volkeren, gemeenschappen in de frontlinie, vuilnisophalers, arbeiders, wetenschappers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld herhaaldelijk hun standpunten in de onderhandelingen naar voren gebracht. Hun bijdragen hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de focus van het debat is verschoven van een beperkte kijk op plastic als zwerfvuil in zee naar het besef dat plastic gedurende zijn hele levenscyclus vervuiling en gezondheidsschade veroorzaakt. Kort voor het einde kondigde de voorzitter aan dat hij de vergadering zou sluiten na bijdragen van waarnemers, maar hij maakte deze aankondiging niet waar: de trend van beperkte deelname van het maatschappelijk middenveld, de wetenschap, afvalverzamelaars en inheemse vertegenwoordigers zette zich tot het einde voort.
En nu?
De verdere weg is onduidelijk. In de afsluitende plenaire vergadering vroegen verschillende lidstaten het voorzitterschap om een verklaring over de volgende stappen, maar er kwam geen antwoord. Aangezien het INC een door de lidstaten bepaald proces is, moeten zij nu beslissen of zij binnen dit kader verdergaan, een eigen overeenkomst buiten dit kader ontwikkelen of een nieuw mandaat in een ander forum, bijvoorbeeld de Algemene Vergadering van de VN, indienen.
Oproep aan regeringen over de hele wereld
“Voor ons, bij WECF, is het bitter dat de internationale gemeenschap geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een krachtig plasticverdrag dat mensen en het milieu echt beschermt tegen plasticvervuiling. Toch is het beter om geen verdrag te hebben dan een zwak verdrag dat de richtlijnen van de olie-industrie volgt en belangrijke aspecten buiten beschouwing laat. Wij eisen van de internationale gemeenschap dat zij zich blijft inzetten voor een akkoord dat in transparante processen de nadruk legt op centrale punten zoals de vermindering van de productie, de regulering van zorgwekkende chemische stoffen, de bescherming van de gezondheid en de mensenrechten, wereldwijd bindende actieplannen, genderaspecten en een stabiele financiering voor de uitvoering van het akkoord. Daarbij moet door het beginsel dat de vervuiler betaalt worden toegepast. Het is betreurenswaardig dat deze verdere vertraging geen einde maakt aan de plasticcrisis. Het milieu en de mensen, met name inheemse groepen, vrouwen en kinderen, zullen het meest blijven lijden onder de gevolgen van de plasticcrisis.”
– Sascha Gabizon, internationaal directeur, WECF
Contact
Voor WECF: Johanna Hausmann, johanna.hausmann@wecf-consultant.org, tel. 0173/8010040
WECF is lid van Exit Plastik en BreakFreeFromPlastic.